Rechtszaak 5 maart 2026, 09.30 uur, Den Haag - Discriminatie op inkomen, vrijheid van journalistiek en openbaarheid van rechtspraak
Op 5 maart 2026 diende een rechtszaak die in september 2025 werd aangespannen door de Vereniging van vrije journalisten, Djamila le Pair en mijzelf Rico Brouwer. We werden bijgestaan door twee advocaten: Meike Terhorst en Willem de Boer. Gedaagden waren de Raad voor de Rechtspraak en de Staat der Nederlanden (waaronder de gerechten vallen). Het verweer voor deze partijen werd gevoerd door twee advocaten van de landsadvocaat en een juridisch adviseur namens de gerechten.
Inzet; het accreditatiebeleid van de rechtspraak voor journalisten zoals dat is gewijzigd op 1 juni 2025. Er waren zo’n 25 belangstellenden in de zaal. Voorzover ik kon zien waren er (ondanks ons PERSBERICHT dd. 3 maart) géén journalisten vanuit mainstream media kanalen naar de zitting gekomen. MKFOTOGRAFIE was er wel, ook Krispijnpunt en Chris Klomp waren er. Kamphuis verzocht en kreeg toestemming de zitting audiovisueel vast te leggen. Je kunt dit hier op zijn kanaal, samen met een gesprek na afloop tussen de eisende partij terugzien.
Volgens de voorzitter van de meervoudige kamer (drie rechters) was er ook iemand van de Raad voor de Rechtspraak aanwezig in de zaal. De voorzitter begon met te vermelden dat één van de rechters met die persoon in het verleden nauw heeft samengewerkt.
Daarom vroegen de eisers om even te mogen schorsen en hierover overleggen, waarna we aan de betreffende rechter vroegen om zich uit deze zitting terug te trekken.
Saillant is dat productie 21 bij de dagvaarding een videoregistratie is van interviews met onder andere onze advocaat Terhorst. Daarin legt Terhorst uit hoe de schrijver van de persrichtlijn, de Raad voor de Rechtspraak, haar intrede heeft gedaan in de rechtspraak in Nederland en hoe daardoor de rechtspraak in haar analyse is veranderd van meer autonoom opererende gerechten tot een meer uniform en minder onafhankelijke organisatie. Je kunt dat gesprek hier terugzien: “Journalisten Rico Brouwer en Djamila le Pair in gesprek met advocaat Meike Terhorst en journalisten Karel Beckman, Ido Dijkstra en Eric van de Beek over de vrijheid van journalistiek en openbaarheid van rechtspraak”.
Op Rumble | Op Odysee | Op Bitchute
De zitting van 5 maart was dus snel voorbij.
Op 9 maart wees de verfschoningskamer het verzoek van de rechter toe. Nu zal er een nieuwe rechter aan de combinatie van rechters worden toegevoegd en een nieuwe zittingsdatum worden bepaald.
De hieronder volgende tekst werd eerder geschreven in aanloop naar de zitting.
Op 5 maart 2026 om 09.30uur dient voor een meervoudige kamer van de rechtbank in Den Haag met kenmerk C/09/692220 een rechtszaak die in de kern gaat over discriminatie op inkomen. Eisende partij: Vereniging van vrije journalisten, Brouwer en le Pair. Gedaagde partij: Raad voor de rechtspraak, Staat der Nederlanden en het Ministerie van Justitie en Veiligheid.
Inzet: wijzigingen in de persrichtlijn voor de rechtspraak die sinds 1 juni 2025 van kracht is, waaronder de accreditatie eis die bezit van een perskaart uitgegeven door een privé vereniging als voorwaarde stelt.
Je kunt deze samenvatting en de drie gerefereerde bron interviews terugzien in deze youtube playlist: https://www.youtube.com/watch?v=z93a1HNNIM0&list=PLyoEPcyalk8LD78nSP6oyvnLL9fMCeIMZ&index=1
Deze interviews zijn ook gepubliceerd op Pinch of Soot: https://pinchofsoot.nl/onafhankelijke-journalisten-over-de-rol-van-de-media-en-de-nieuwe-persrichtlijn/
Rico Brouwer: onafhankelijk journalist voor Potkaars (https://potkaars.nl )
Djamila le Pair: onafhankelijk journalist voor Pinch of Soot (https://pinchofsoot.nl )
Meike Terhorst: advocaat (https://www.koopmanadvocaten.nl/over-ons/# )
Karel Beckman: hoofdredacteur de Andere Krant (https://deanderekrant.nl )
Ido Dikstra: journalist de Andere Krant (https://deanderekrant.nl )
Eric van de Beek: freelance onderzoeksjournalist en auteur van oa. het MH17 bedrog (https://www.ericvandebeek.nl/mh17.html )
Wat is in geding:
Op 1 juni 2025 is een nieuwe persrichtlijn voor de rechtspraak in werking getreden. Middels de Nieuwe Persrichtlijn heeft gedaagde een procedure geïntroduceerd, waardoor alleen personen die over een perskaart van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) beschikken, of een politieperskaart, ook uitgegeven door NVJ, of een internationale perskaart, in aanmerking komen voor de toegang tot één van de zittingzalen van de gerechtsgebouwen in Nederland. De NVJ stelt een inkomenseis uit journalistieke werkzaamheden van 75% van het minimumloon met overlegging van publicaties, ofwel een dienstverband van tenminste 16 uur per week als journalist als voorwaarde voor de NVJ-perskaart. Voor de politieperskaart zijn de eisen van de NVJ nog strikter, al is daarvoor geen NVJ-lidmaatschap vereist: “je bent journalist van hoofdberoep; je werkt voor een massamedium, je hebt de politieperskaart aantoonbaar nodig voor je werk”. De politieperskaart is bedoeld voor journalisten die hun werk uitoefenen in door de politie afgezette gebieden om verslag te doen van bijvoorbeeld ongevallen, demonstraties, rellen en calamiteiten.
De Raad voor de Rechtspraak heeft zichzelf het recht voorbehouden om de Nieuwe Persrichtlijn zelfstandig te wijzigen als zij daar aanleiding toe ziet, hetgeen er op wijst dat de Raad voor de Rechtspraak kennelijk een zelfstandige bevoegdheid uitoefent. Voor zover de Raad voor de Rechtspraak zou handelen op grond van een delegatie van bevoegdheden vanuit de gerechten, is tevens gedaagde sub 2 gedagvaard, de Staat der Nederlanden, waaronder alle gerechten vallen.
Eisers menen dat deze Nieuwe Persrichtlijn – die feitelijk een interne beleidsregel vormt voor de rechtspraak – onrechtmatig want discriminerend, nietig en/of onverbindend is.
De Nieuwe Persrichtlijn discrimineert op het hebben van de door de NVJ uitgegeven perskaart, daarmee tevens op het al dan niet lid zijn van de NVJ, op de hoogte van het inkomen en/of het hebben van een dienstverband. Het maakt daarmee ook inbreuk op de vrijheid van vrijwillige inzet en participatie in de samenleving. Hierdoor wordt inbreuk gemaakt op de persvrijheid en/of de toegang tot het recht en/of de openbaarheid van het rechtssysteem.
Eisers stellen dat de Nieuwe Persrichtlijn in strijd komt met het beginsel van openbaarheid van rechtspraak ingevolge artikel 6 EVRM; met name het kunnen uitoefenen van controle op de overheid en de rechtspraak door het maken van audio(visuele) opnamen en/of real time verslaglegging vanuit de zittingszaal met onder andere Twitter, livestreams, of het uitbrengen van andere nieuwsberichten middels welk platform of medium dan ook. De Nieuwe Persrichtlijn belemmert de toegang tot deze verslaglegging voor journalisten die geen perskaart van de NVJ kunnen krijgen of willen krijgen, zonder dat deze belemmering noodzakelijk is ofwel gerechtvaardigd kan worden op basis van een deugdelijke motivering.