Neuroloog Jan Bonte voor de Politierechter te Zwolle (overgenomen van Pinch of Soot)
Neuroloog Jan Bonte verscheen dinsdag 5 november 2024 voor de politierechter in Zwolle. Hij werd beschuldigd van smaad, omdat hij in april 2023 de goede naam en eer van een voormalig D66 Tweede Kamerlid en advocaat van Smeets Law had "aangerand".
update 15 januari 2026: Bonte is in Hoger Beroep vrijgesproken
Overgenomen van Pinch of Soot, gepubliceerd op: https://www.youtube.com/watch?v=VPLdvvT4aG8
uitspraak dd 19 november 2024 https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBOVE:2024:5992&showbutton=true&idx=2
Pleidooi van Bonte vanaf minuut 22 (link)
Bonte nam zijn eigen verdediging voor zijn rekening. Deze bestond uit drie delen: een reactie op het Openbaar Ministerie; een context-schets van Bontes "enorme afkeer en diepe minachting" voor de politieke partij D66; en een verhandeling over smaad, belediging, alsook over een bepaalde op lust gebaseerde voorkeur volgens maatstaven uit de psychiatrie.
De Officier van Justitie maakte bezwaar tegen het gebruik van het woord (hier verder aangeduid als "folie", red.) waarvoor Bonte vervolgd wordt. De rechter ging daarin mee.
Bonte moest de Officier van Justitie corrigeren toen zij stelde dat deze folie strafbaar was. Dat zou alleen voor de actieve variant gelden, aldus Bonte.
De rechter weigerde de door Bonte ingebrachte video als bewijsmateriaal op te nemen. In de video zouden voorbeelden van de 680 instagram accounts getoond worden die de Smeets Law advocaat haastig verwijderd zou hebben, nadat openbare interesse in diens accounts bekend was geworden. De accounts zouden vele foto's van jonge Aziatische jongens tonen.
Geëist werd 40 uur taakstraf, dan wel 20 dagen hechtenis, 2 jaar voorwaardelijk. Ook voorwaardelijk is een gevangenisstraf van 2 weken, met een proeftijd van 2 jaar om recidive te voorkomen. Daarbij komt een schadevergoeding van €500, plus rente.
Uitspraak is op 19 november 2024 en zal schriftelijk zijn.
links:
artikelen over het slachtoffer in de media
Jan B. Hommel
Pinch of Soot https://pinchofsoot.nl/
deze reportage op Potkaars: Bitchute | Rumble | Odysee | Youtube
overgenomen van Jan Bonte (twitter, 5 november namiddag)
Vanochtend was de rechtszaak tegen mij over de vermeende 'belediging & smaad' van Sidney Smeets.
Ik noemde hem namelijk een pedofiel. Volgens de Officier van Justitie had ik dat niet mogen doen. Vandaar dat ik er zat.
Het was wel een beetje een bijzondere gang van zaken. De rechter zei al vrij snel dat hij me ten volle de kans wilde geven om mijn pleidooi te voeren, maar dat hij mij daar 'misschien in moest corrigeren'. Dat vond ik een wat opvallende opmerking. Misschien had hij al eens wat van mij gelezen? Ik heb het maar gelaten.
De Officier heeft mij laten weten dat zij netjes meelezen, want ik had volgens haar meer berichten over Smeets geplaatst, die zij overigens niet bij de tenlastelegging had gevoegd. Blijkbaar mag ik toch nog wel iets over Smeets zeggen. Gut, en dat in een vrij land.
Dus ik kan het @Het_OM maar beter even taggen, dan hoeven ze niet zo'n moeite te doen en krijgen ze het gratis en voor niks binnen. Dan kunnen ze nog eens rustig bedenken wat ze wel en wat niet ze bij een volgende dagvaarding kunnen voegen.
Er was nog iets dat de Officier zei. En ook dat vond ik zeer bijzonder: "Bonte beticht Smeets met de aanduiding 'pedofilie' van een ernstige misdaad."
Ik vind het uitermate vreemd en bedenkelijk dat een Officier zelf het onderscheid tussen een pedofiel en pedosexueel niet weet.
Het eerste is een aanleg waarmee mensen geboren worden. Verreweg de meeste van die mensen vormen geen enkel gevaar voor kinderen, simpelweg omdat ze over voldoende moreel besef beschikken dat hun seksuele voorkeuren voor het overgrote deel van de maatschappij onacceptabel zijn. Pedofilie is niet strafbaar en moet dat ook nooit worden. Dat kan niet en dat mag niet. En het hoeft ook niet.
Een pedosexueel is echter iemand die uiting geeft aan zijn seksuele behoeftes en die mensen zijn wél gevaarlijk voor kinderen. Zie ook het betoog van @coco_riga . Dat heb ik dan ook betoogd.
Een deel van hen is zelf van mening dat zij kinderen geen psychologische schade toebrengen. Dat was in de jaren '70 en '80 van de vorige eeuw zelfs gemeengoed in de links progressieve kringen.
Niet voor niets diende de toenmalige minister van Justitie Korthals Altes van de @VVD een wetsvoorstel om seksueel verkeer tussen volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar te legaliseren. Wegens groot maatschappelijk protest verdween dat wetsvoorstel geruisloos van het toneel. Maar we zaten er dichtbij.
De strafeis is twee weken voorwaardelijk, veertig taakstraf en € 500,- schadevergoeding voor geleden materiële schade van Smeets. Dat vanwege het feit dat ik me had moeten realiseren dat ik een groot bereik heb met veel volgers en ik me bewust moet zijn dat mijn uitspraken veel impact hebben.
En wat me ook kwalijk wordt genomen, is dat ik geen afstand heb genomen van mijn woorden. Dat is zo en dat zal ik ook nooit doen. Het OM kan mij verbieden om het woord 'pedofiel' in de mond te nemen, maar helaas voor de Officier, het is nog niet zover dat zij mij kan verbieden om te denken wat ik denk. En geloof me, met satire, ironie en cynisme zijn veel zaken duidelijk te maken, zonder het 'verboden woord' te gebruiken.
Smeets zelf dacht er meer aan € 6000,- aan over te houden, enerzijds omdat hij zich in de zaak 'verdiept' had en daar drie uur werk aan had gehad - à raison van € 385,- per uur - en vond dat hij wel recht had op € 5700 aan schadevergoeding wegens geleden 'immateriële schade'.
Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, maar advocaten kunnen er ook wat van.
Ik heb niets teruggenomen van mijn uitspraak. Ik heb naar mijn mening voldoende bewezen dat Smeets een pedofiel is. Het bijzondere is dat de Officier van mening was dat ik dat woord niet mocht gebruiken in mijn pleidooi en de rechter ging daarin mee. Ik mocht Smeets geen pedofiel meer noemen. Heel vreemd.
Dat vond ik écht heel raar. Mijn pleidooi was er namelijk op gericht dat ik geen onwaarheid had gesproken. Nog aparter was dat de rechter geen belangstelling had voor het filmpje waarop te zien is dat Smeets honderden accounts volgde van jonge tot zeer jonge Aziatische jongens, waaronder ook twee accounts met daarop zeer jonge kinderen. Dat vond hij 'niet relevant'' voor de zaak.
Als dat niet relevant is om je te verdedigen tegen de aantijging dat je 'smaad' hebt gepleegd door 'onwaarheden' te verkondigen, wat dan nog wel?
Hoe dan ook, ik hou er wat gemengde gevoelens aan over. We gaan het zien.
Ik heb nadrukkelijk gevraagd om een schriftelijk vonnis. Dat heeft een heel duidelijk doel: enerzijds voor een eventueel hoger beroep, want zoals ik al zei ter zitting, dit is voor mij een principiële kwestie:
"Mag ik als burger zeggen wat volgens mij de werkelijkheid is die ik goed kan onderbouwen, zo niet bewijzen, of mag ik dat niet. Is het zo dat mij de mond gesnoerd kan worden door iemand die zelf niets anders doet dan denigrerende en beledigende uitspraken de wereld in slingeren."
Ik was aanvankelijk van plan om de pleitnota online te zetten. Maar dat hoeft niet meer. Morgen komt bij
@PinchofSoot
de hele uitzending als podcast online.
En hoewel ik zelf mijn pleidooi moest voorlezen, heb ik wel scherp proberen te letten op de reacties van de Officier en de rechter. En ik denk dat het de moeite meer dan waard is om de zitting zelf te zien en te horen.
Ik wacht het oordeel van de rechter rustig af. En ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat ik die samen met mijn advocaat eens heel rustig en kritisch gaan bekijken.
Mijn voorgevoel zegt dat dit nog niet afgelopen is. Prima.
Zoals ik de rechter ook verteld heb, ik heb niet om deze aandacht en dagvaarding gevraagd. Van mij hoefde dit allemaal niet. Maar als Smeets van mening is dat hem groot onrecht is aangedaan, ben ik gaarne bereid om daar aandacht voor te vragen. Dus bij deze.
Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005035-24
Uitspraakdatum: 14 januari 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 19 november 2024 met parketnummer 08-041217-24 in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel.
Onderzoek van de zaak
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zittingen van het hof van 17 december 2025, 14 januari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. A.R. Maarsingh, advocaat te Deventer, hebben aangevoerd.
Het vonnis
De politierechter heeft verdachte ter zake van smaad veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van veertig uren, waarvan twintig uren voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en te vervangen door twintig dagen hechtenis.
Aan het voorwaardelijk strafdeel heeft de politierechter algemene voorwaarden verbonden en daarnaast een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd. Deze maatregel behelst een contactverbod ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde] voor de duur van vijf jaren waarbij is bepaald dat de vervangende hechtenis voor elke overtreding twee weken bedraagt, waarbij de totale duur van de ten uitvoer te leggen vervangende hechtenis ten hoogste zes maanden bedraagt.
Verder heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] toegewezen tot een bedrag van € 3.000,00,- vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof komt in dit arrest tot een andere beslissing over het bewijs dan de politierechter in de rechtbank Overijssel. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
primair
hij op of omstreeks 27 april 2023 te [plaats] , althans in Nederland opzettelijk de eer en/of de goede naam van [benadeelde] heeft aangerand door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door op Twitter een bericht te plaatsen met daarin de tekst dat die [benadeelde] een pedofiel issubsidiair
hij op of omstreeks 27 april 2023 te [plaats] , althans in Nederland opzettelijk [benadeelde] , in het openbaar bij geschrift en/of bij afbeelding, heeft beledigd, door op Twitter een bericht te plaatsen met daarin de tekst dat die [benadeelde] een pedofiel is;Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de dagvaarding in eerste aanleg ten aanzien van het primair tenlastegelegde nietig moet worden verklaard, omdat het hier geen bepaald feit betreft in de zin van artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Een feit is bepaald als het een duidelijk te onderkennen gedraging aanwijst. In dit geval wordt echter geen duidelijk te onderkennen gedraging aangewezen, maar een eigenschap. Verder heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de subsidiair ten laste gelegde belediging wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Standpunt van de verdediging
Door de raadsman is integrale vrijspraak van het ten laste gelegde feit bepleit. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat de uitlatingen van verdachte bijdragen aan het publieke debat, niet onnodig grievend zijn en vallen binnen de grenzen van art. 10 van het EVRM.
Oordeel van het hof
Ten aanzien van het primair tenlastegelegde
Het hof stelt voorop dat sprake is van ‘tenlastelegging van een bepaald feit’ als bedoeld in art. 261 Sr, indien het feit op een zodanige wijze door de verdachte is ten laste gelegd dat het een duidelijk te onderkennen concrete gedraging aanwijst, die bovendien een verwerpelijk karakter heeft. Daarvan is geen sprake indien het ‘feit’ niet het gedrag van de betrokkene betreft maar een eigenschap die hem wordt toegedicht en evenmin, zo het wel gaat om diens gedrag, indien dat gedrag slechts in algemene termen wordt geduid en derhalve niet wordt toegespitst op een voldoende geconcretiseerde gedraging.
In dit geval houdt de feitelijke uitwerking van het ‘feit’ niet meer in dan dat verdachte een twitter-bericht heeft geplaatst met daarin onder meer de tekst dat [tekst] – waarmee verdachte, zo heeft hij verklaard, de persoon [benadeelde] bedoelde – een pedofiel is. Naar het oordeel van het hof houdt deze tekst geen beschuldiging aan het adres van [benadeelde] in. Het zijn van pedofiel is niet een duidelijk te onderkennen concrete gedraging. Dat betekent dat het (kwalificatieve) bestanddeel ‘tenlastelegging van een bepaald feit’ zich niet laat rijmen met de feitelijke uitwerking daarvan. Daardoor is het primair tenlastegelegde innerlijk tegenstrijdig. Dat maakt dat het hof het primair tenlastegelegde nietig zal verklaren.
Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde.
Een uitlating moet als beledigend in de zin van artikel 266 lid 1 Sr worden beschouwd, indien zij de strekking heeft een ander aan te randen in zijn eer en/of goede naam. Indien een uitlating woorden bevat, waarvan het gebruik op zichzelf in het algemeen niet beledigend is, zal het van de context waarin de uitlating is gedaan afhangen of van belediging sprake is. De context wordt gevormd door bijkomende omstandigheden waaronder de uitlating is gedaan. Zo kan een uitlating die op zichzelf beschouwd niet beledigend is, door de wijze waarop deze is gedaan toch belediging opleveren.
Door verdachte is erkend dat hij op Twitter het bericht heeft geplaatst waarin staat: ”Ah, @ [politieke partij] . Het door en door verrotte en corrupte clubje, waar vrouwen carrière moeten maken via de matrassen van de partijbonzen, dat een pedofiel als [tekst] zijn gang laat gaan, en het onderzoek naar zijn gedrag stilletjes staakt, en nog maar eens een dikke middelvinger opsteekt naar de andere Nederlanders. Wie zijn toch die mensen? Zijn het mensen? Of is het gewoon elitair tuig van de te rijke richel? # [tekst]”. Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte verklaard dat dit bericht was bedoeld om grieven te uiten over de politieke partij [politieke partij] en over de omgang van deze partij met beweerdelijke affaires binnen de partij, waaronder een affaire waarin [benadeelde] een rol speelde.
Het hof is van oordeel dat het door verdachte gebruikte woord “pedofiel” op zichzelf in het algemeen niet zonder meer beledigend is. Beantwoording van de vraag of het gebruik van het woord “pedofiel” in dit geval toch beledigend is, hangt daarom af van de context waarin verdachte de uitlating heeft gedaan.
Uit de inhoud van het Twitter-bericht leidt het hof af dat dit niet specifiek gericht was tegen [benadeelde] maar tegen de politieke partij [politieke partij] . Het hof stelt daarnaast vast dat over de affaire waarin [benadeelde] een rol speelde en waaraan verdachte heeft gerefereerd, in de media veelvuldig en uitgebreid is bericht, zo volgt uit publicaties in kranten en tijdschriften die in het dossier als bijlage aan het proces-verbaal van verhoor van verdachte zijn gehecht.
Het hof is van oordeel dat, tegen de achtergrond van deze publicaties en in onderling verband en samenhang bezien met de inhoud en de door verdachte gestelde bedoeling van het Twitter-bericht, het gebruik van het woord "pedofiel" in het Twitter-bericht niet beledigend naar [benadeelde] is. In de context waarin de uitlating is gedaan had het gebruik van het woord “pedofiel” niet de strekking om [benadeelde] bij het publiek in een ongunstig daglicht te plaatsen en hem aan te randen in zijn eer en goede naam. Het hof spreekt verdachte daarom vrij van de subsidiair ten laste gelegde belediging.
Verdachte wordt niet schuldig verklaard aan het ten laste gelegde feit waardoor de schade zou zijn ontstaan. Daarom is de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart het primair tenlastegelegde nietig.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Aldus gewezen door
mr. D.R. Sonneveldt, voorzitter,
mr. A.J. Smit en mr. K.J.C. Geeve, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. G.J.H. van Vliet, griffier,
en op 14 januari 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.